Watervogels

In deze groep hebben we zowel gedomesticeerde dieren als dieren die nog altijd dezelfde kleur en vorm hebben als degenen die in het wild voorkomen. In de grote groep van de vogels zijn het de ganzen en eenden die als het eerste gedomesticeerd werden. Oorspronkelijk waren deze gedomesticeerde vogels ook een aanvulling in de voedselvoorziening (vele volkeren waren toen der tijd van watervogels afhankelijk voor de vleesvoorziening en voor de eieren), maar heden ten dage worden ze gehouden als siervogels. Voorbeelden van gedomesticeerde watervogels: Semoiseend, Loopeend, Cayuga-eend, Knobbelgans, Vlaamse gans. De oorsprong van de in het wild voorkomende watervogels gaat waarschijnlijk zo’n 80 miljoen jaren terug. Deze groep heeft zich ontwikkeld uit de reptielen. De eerste fossiele watervogels die gevonden werden, dateren van zo’n 40 à 50 miljoen jaren geleden. Tot nu toe zijn er een honderd uitgestorven soorten geïdentificeerd. Bij de watervogels hebben we zwanen, eenden en ganzen. Er is een grote verscheidenheid in uitwendig voorkomen, grootte, vederbekleding, kleuren en gedragingen. Voorbeelden van sierwatervogels: Zwarte Zwaan, Wilde zwaan, Streepkopgans, Keizergans, Mandarijneenden, Carolina, Europese Smient, Europese Tafeleend, Verscicolortaling.

Parkvogels

De groep van de parkvogels omvat verschillende diersoorten: namelijk: fazanten, kalkoenen, parelhoenders, kwartels, patrijzen en wilde duiven.

A. Fazanten

De best gekende fazant is zonder twijfel de jachtfazant, beter gekend als de bosfazant. Maar minder gekend zijn de sierfazanten. De meesten van hen hebben hun oorspronkelijke leefgebieden in Azië, meer bepaald China, Nepal, Tibet, …., en leven in tamelijk hoge bergstreken.   Fazanten worden al naar gelang hun kenmerken ingedeeld in verschillende groepen: edelfazanten (bosfazanten), kraagfazanten (goudfazanten), langstaartfazanten (koningsfazant), argus- en pauwfazanten, hoenderfazanten (glansfazant), oorfazanten, tragopanen. Tot de groep van de fazanten behoren ook de vier wilde vormen van de hoenders. Deze vier vormen liggen aan de grondslag van alle rassen hoenders die heden ten dage bestaan.

B. Kalkoenen

De wilde “voorvaderen” van onze kalkoenen zijn alleen te vinden in Amerika.

Maar ook de domesticatie ervan vindt zijn oorsprong in Amerika. Vele Indianenstammen aten het vlees van kalkoenen en verwerkten beenderen tot werktuigen en veren als sieraad

Wanneer de kalkoenen in onze streken gekomen zijn, is moeilijk uit te maken, maar wel staat vast dat ze zich via Spanje, Engeland, Frankrijk en Duitsland over bijna heel Europa hebben verspreid.

C. Parelhoenders

Al in de vijfde eeuw voor Chr. kende men al parelhoenders in het oude Griekenland. Deze oorspronkelijk Afrikaanse vogelsoort is dan via Griekenland verder over Europa verspreid.

D. Kwartels en patrijzen

Onder de kwartels en patrijzen hebben we soorten uit de Nieuwe (Amerika) en de Oude Wereld ( Europa en Azië).

Het zijn meestal vogels die van nature in dichte wouden of graslanden leven en op de grond hun voedsel zoeken en nestelen. De meeste soorten vliegen over het algemeen niet lang en niet ver; maar op de grond kunnen ze zich heel snel uit de voeten maken. De kwartels en patrijzen behoren tot de siervogels, maar in de industrie kennen we vooral de vleeskwartel (een ver doorgekweekte vorm van de in het wild levende Japanse kwartel). Daarnaast is ook de Chinese dwergkwartel een heel gekende volièrevogel.

Voorbeelden: de Europese en Japanse Kwartel, de Californische Kuifkwartel, de Chuckarpatrijs.