Bij de Ziekte van Marek treedt veelal pootverlammingen op. Soms is één poot aangedaan, soms beide. Het dier sleept zich voort of kan helemaal niet meer lopen. Ook ander zenuwweefsel kan worden aangetast, bijvoorbeeld de oogzenuw, waardoor de dieren éénzijdig of aan beide ogen blind worden. Ook kunnen de tumoren aanslaan in één of meerdere organen, waardoor op de leeftijd van ongeveer drie maanden acute sterfte kan optreden.
Ziekte van Marek is een zeer besmettelijke ziekte, die gezien wordt bij dieren van drie tot vijf maanden. De infectie gaat niet over van moeder op het jong via het ei, maar vindt plaats via huidschilfers en veerdeeltjes van de oudere dieren die een permanente bron van infectie kunnen vormen. Kuikens worden al op zeer jonge leeftijd besmet. Infectie op oudere leeftijd vindt ook plaats, maar dat heeft veel minder gevolgen voor de besmette kuikens. Het duurt een aantal weken voordat de infectie bij de jonge kuikens zich voldoende ontwikkeld heeft en de eerste slachtoffers zichtbaar worden.

De diagnose is te stellen op grond van het ziektebeeld en door deskundigen via sectie van zieke of gestorven dieren. De afwijkingen in de zenuwen zijn met het blote oog of via microscopisch onderzoek zichtbaar. De infectie kan behoorlijke vormen aannemen, dat wil zeggen dat vele dieren worden aangetast en de verschijnselen bij elke opvolgende koppel kuikens weer terug komt. Sommige dieren overleven en kunnen de infectie blijvend overdragen. Een therapie is er niet. Ziekte van Marek is een virusinfectie en daartegen bestaat per definitie geen behandeling.

Preventie is wel mogelijk. Men zou kuikens gescheiden van oudere dieren kunnen opfokken in een gedesinfecteerde ruimte, of in een ruimte waarin niet eerder pluimvee gehuisvest is geweest. In de professionele pluimveehouderij is gezocht naar een preventiemethode door middel van vaccinatie. Die is ook gevonden. Doordat er verschillende virusstammen voorkomen is er gebruik gemaakt van een mildere vorm om een vaccin te bereiden.

Vaccinatie geeft niet altijd 100 procent bescherming. Vaccineren blijft voor hobbydierhouders bovendien lastig uitvoerbaar omdat de entstof niet in kleine hoeveelheden beschikbaar is. Omdat de infectie al kort na de geboorte kan plaatsvinden is snel ingrijpen noodzakelijk. Direct na de geboorte kunnen de kuikentjes worden ingeënt, maar dat moet nauwkeurig gebeuren. De entstof wordt ‘gevriesdroogd’, dat wil zeggen in poedervorm aangeleverd. Het moet worden klaargemaakt en vervolgens direct toegepast. De werkzaamheid verdwijnt snel (binnen een dag). Ook moet elk diertje voldoende entstof krijgen, anders werkt het nog niet. Er zijn ook pluimveehouders die de gevoeligheid voor Marek eruit proberen te fokken. Zijn zien nadelen in vaccinatie omdat er daarna verder wordt gefokt met dieren die gevoelig zijn voor deze ziekte. Beter is het, vinden zij, uitsluitend te fokken met dieren die ongevoelig zijn voor de ziekte.