• 1

  • 2

  • 3

  • 4

  • 5

  • 6

  • 7

  • 8

Copyright 2018 - Custom text here

rolandGeniets Roland
Kijkdorp 7- 9080 Beervelde
09/223.15.46, GSM: 0478.90.12.01
Registratienummer: 104
lidmaatschap of sponsering

belgischehangoorclub@hotmail.com
secretariaat.ovkv@hotmail.com

welkom

Attachments:
URLDescriptionFile size
Access this URL (https://www.facebook.com/events/2139930302994062/)2139930302994062 0 kB
Access this URL (http://www.neerhofdieren.be/VIVFN/Kalender.pdf)Kalender.pdf 1833 kB

Hierboven de url voor inschrijving Dierensalon!!

Kalender 2018-2019

 

Klik hieronder voor video show Lochristi 2018 !!

http://www.avs.be/avsnews/kleinveehouders-trekken-aan-de-alarmbel?fbclid=IwAR2cnnXY9Gi9IcERxPVQ8pY8LQXCP7_zUzyqACxR1Km4NnXbMr1J3SQ4vjs

ERELID ROBERT MARKEY!!

Een heel mooi  duiven memoire  van onze oudste kleinvee liefhebber een goed vriend van Wijlen Robert Geniets. 

De Twee Robert's de ene konijn en kippen specialist onze ander Robert op en top man van de duiven wereld en bestuurslid van het Gentse Neerhof en Kropper specialist. 

Beste duiven liefhebbers lees aandachtig de twee mooie binnen gekomen art. Van ons ERELID Robert Markey  waarvoor onze oprechte dank en we mogen hopen dat hij nog lang in ons midden mag blijven en als Premier op onze jubileum editie mag aanwezig zijn in 2019

DE  DUIF,  VOGEL  VAN  ALLE  TIJDEN

  1. Markey

De populariteit van de duif

 

Sedert de mens de scepter is gaan zwaaien over de wereld, is de duif het dier bij uitstek dat zich, om uiteenlopende redenen en op een sterk verschillend gebied, in een onverminderde belangstelling mag verheugen.

De vraag waar en waarom is niet in een paar volzinnen te beantwoorden.

Speelt de duif een niet onaardige rol in de symboliek, dan zijn het vooral enkele opvallende lichamelijke eigenschappen die haar in de bonte vogelwereld tot een zeer bijzondere, zelfs unieke verschijning gemaakt hebben.

Enkele voorbeelden uit de symboliek (en het nodige voorbehoud daaromtrent…)

Bij het horen voorstellen van de duif als het symbool van de huwelijkstrouw zal de ervaren  duivenmelker wel even de wenkbrauwen fronsen! Het zou inderdaad niet het eerste doffertje zijn dat een verkeerde nestbak binnendringt en er poogt buik en staart iets dieper in te drukken op de rug van de hem vreemde duivin…

Symbool van de vrede ? Heeft de leek in ‘het vak’ ooit al eens twee doffers tot bloedens toe zien vechten voor het bezit van een broedhokje ? Dag, Jan !

Symbool van de hoop : de duif die, het legendarisch groene takje in de bek, aan Noach na de zondvloed het blijde nieuws over het zakkend water kwam melden.

Symbool van de goede ingeving of van de goede ingesteldheid : de H. Geest als witte duif.

Hetgeen volgt staat helemaal in het teken van bovengenoemde lichamelijke eigenschappen, waarvan er enkele nog steeds genoeg stof bieden voor de wetenschappers: het uitzonderlijk oriënteringsvermogen waarover de theorieën en de persoonlijke visies even talrijk als uiteenlopend zijn, de vorming en de samenstelling van het fenomeen ‘duivenpap’, de enorm hoge zuurgraad van het verteringssap (dicht bij deze van zoutzuur), om er slechts een paar te noemen.

Die uitzonderlijke eigenschappen hebben spontaan maar ook beredeneerd geleid tot enkele gebruiksmogelijkheden van het duivenras dat de man in de straat het best kent, nl. de reisduif, welke omvangrijke lading deze term ook moge dekken. Ik beperk mij tot drie ervan :

  1. Sedert mensenheugenis is de reisduif gebruikt geweest als de overbrenger bij uitstek van berichten allerlei.
  2. Over de ganse wereld is de reisduif opgefokt geworden tot een ongeëvenaarde sportvogel die op snelheids- en uithoudingswedstrijden via uitgekiende methodes uitgespeeld wordt over korte, halflange, lange en zeer lange afstanden (de insiders spreken over de sprint (of ‘de vitesse)’, de halve fond, de fond en de zware fond) en dit met oog op (vaak groot) geldgewin voor zijn eigenaar.
  3. Als leverancier van een sappig en zeer specifiek vlees, misstaat een jonge duif op geen enkel menu, zelfs niet op het meest geraffineerde.

In dit verband zij er even op gewezen dat het duivenjong een van de snelst groeiende dieren is.

                                                                                                                                                     2

                                                                                                                                                 

                                                                                                                                                   De duif als overbrenger van berichten

Voor de eerste schriftelijke gegevens over duiven zorgden de Griekse auteurs Aristoteles (4-e eeuw v. Chr.) en Herodotos (5-e dito). Geschriften en overleveringen leren ons dat de Perzen (4-e en 5-e eeuw v. Chr.), de Feniciërs (12-e tot 8-e eeuw v. Chr.) en de Syriërs (vanaf de 8e eeuw v. Chr.) zich van duiven bedienden voor hun berichtendienst en dit zowel in vredes- als in oorlogstijd. Ook de Arabieren gebruikten de reisduif als dusdanig.

De dieren waren in vaste stations gehuisvest en de berichten werden per etappes doorgegeven.

Aan het einde van  de Olympiade in 776 v. Chr. werden de namen van de overwinnaars in alle richtingen via reisduiven bekend gemaakt. Koning Salomo (1O-e eeuw v. Chr.) gebruikte duiven om zijn bevelen naar alle hoeken van zijn uitgestrekt rijk door te spelen. Griekse voorname dames op reis hielden via duiven contact met het thuisfront.

Tijdens de Kruistochten (einde 11-e tot de 13-e eeuw), de godsdienstoorlogen (tweede helft 16-e eeuw), de belegering van Parijs (187O) en de Wereldoorlogen I en II was de reisduif de snelste en betrouwbaarste koerier.

Ook in de smokkelarij en in de spionage- en contraspionagewereld was de reisduif vroeger nauwelijks weg te denken.

Volgens de overlevering ligt de reisduif aan de basis van de spreekwoordelijke rijkdom van de bankiersfamilie de Rothschild.  Drie dagen voor om het even wie in Engeland, werd zij via een in Frankrijk opgelaten duif op de hoogte gebracht van Napoleons nederlaag in Waterloo (1815). Op de Londense beurs, die in paniek verkeerde wegens de onzekerheid over de te verwachten afloop van de veldslag, kochten de Rothschilds onmiddellijk een massa sterk in prijs gedaalde effecten in.  Na de bekendmaking van de voor Engeland gunstige wending van zaken, fleurde de beurs fel op en konden ze de effecten met reuzenwinsten opnieuw verkopen.

Blijkbaar werd ‘voorkennis’ toentertijd nog niet bestraft…

Enkele jaren geleden nog werden in India reisduiven ingezet om verkiezingsuitslagen over te brengen naar verachterde gebieden van deze enorme staat.

De duif als sportvogel

 

De ‘homo ludens’ heeft heel vlug ingezien dat de reisduif ook als snelheidsduivel of als bezitter van een verbluffend uithoudingsvermogen kon uitgespeeld worden. De Belgen hebben op dit gebied een niet meer weg te denken faam verworven.

De reisduiven van onze meest bekende fokkers en spelers worden over de ganse wereld fel gegeerd en niet zelden worden hiervoor torenhoge bedragen neergeteld.  Dat Japanners naar Vlaanderen afgezakt zijn en voor het gepolste bezit van een groot prijswinnaar een blanco check op tafel legden, is géén fabeltje maar keiharde realiteit.

Is het aantal spelers de laatste decennia fel verminderd, dan zijn de technieken die heden ten dage in de  vliegsport aangewend worden zo geperfectioneerd geworden dat van een echt professionalisme kan gesproken worden.

Niet alleen de speelwijze (nestspel, weduwschap) is determinerend, maar ook de hokken zelf en de inrichting ervan zijn vaak producten van up to date know-how, zoals  vloerverwarming, mesttransportbanden, met de zon meedraaiende kweekhokken, gesofistikeerde tijdklokken en noem maar op.

Ook de computer heeft reeds lang zijn intrede gedaan, o.m. voor het bijhouden van de    fokresultaten,  het opstellen van stambomen, het berekenen van de vluchtuitslagen en prijzen,

                                                                                                                                                     3

om de gecomputeriseerde valplank maar niet te vergeten die de aankomst van de duif tot op een fractie van een seconde correct en immuun voor fraude registreert…

De farmaceutische nijverheid betuigt op divers gebied een bijzondere belangstelling  voor de duivenwereld: genezend (antibiotica, sulfamiden, bvb.), preventief (met vaccins tegen…), versterkend (vitaminepreparaten, kruidenmix, enz).   

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     Professionalisme staat vaak synoniem voor een zo groot mogelijk geldgewin. Zie de sporters en de methodes die aangewend worden om de prestaties ten top te drijven.

Zeer laakbaar hierbij is de veel en fel besproken doping en de vaak nefaste gevolgen ervan op lichamelijk gebied.

Ook in de reisduivensport is die kanker op een bepaald ogenblik doorgedrongen. Er is  reeds heel wat inkt gevloeid over glucocorticoïden, over ruiremmers e.d.m., in een poging om het prestatievermogen van de duif zoveel mogelijk te verhogen.  De laatste tijd is het op dit domein en over mogelijke doping erin, opvallend stil, maar blijft de Koninklijke Belgische Duivenbond erg attent en alert.

In de sport in het algemeen en in de wielrennerij en de atletiek in het bijzonder, valt het woord Epo even gemakkelijk uit de mond als een krachtterm. Epoëtine, een synthetisch hormoon met een gelijkaardige functie als erythropoëtine, een door de nieren gesecreteerd natuurlijk hormoon en eiwit, bevordert in de humane geneeskunde de aanmaak van rode bloedcellen, zijnde de transporteurs van zuurstof die voor fysische inspanningen zo noodzakelijk is.

Wetenschappers houden het erbij dat Epo weinig effect heeft  bij vogels omdat de door hen gesecreteerde erythropoëtine verschilt van deze van de mens.

Ik zou het mijzelf euvel duiden indien ik qua vliegsport een vorm onvermeld liet die zich in de sierduivenliefhebberij situeert en waarbij geldgewin uit den boze is: de kunstenmakerij van hoogvliegers, tuimelaars, rollers, speelderkens en ringslagers. 

Het is veel minder geweten dat in Gent en onmiddellijke omgeving zéér lang geleden ook vliegwedstrijden met Gentse kroppers georganiseerd werden. Bestempelen we dit als voltooid verleden tijd!

In Nederland wordt de hoog- en langvliegerij als sport beoefend. Meerdere daartoe getrainde duiven van dezelfde liefhebber worden op een  zomerse dag ’s morgens heel vroeg opgelaten, gaan al maar hoger vliegen en blijven daarbij binnen oogbereik van officiële waarnemers die nauwkeurig de tijd dienen te noteren die de dieren zonder te landen in de lucht blijven circuleren en dat komt neer op uren en uren…     

Het valt niet zelden voor dat de rollers zo felle en lange rolbewegingen maken dat ze, in plaats van engszins normaal te landen,  met geweld tegen de grond slaan en er versuft blijven liggen of er zelfs hun hachje bij inschieten…

 

De duif als bron van sappig en gezond vlees

Zolang de mens de wortel- en knolgewassen niet kende, kon hij tijdens de winter slechts een beperkt aantal dieren aanhouden die voor verdere fokdoeleinden moesten aangewend worden. De rest diende geslacht en ingezouten te worden. Dit betekende niet alleen een zeer monotoon winterdieet, maar na een koude en natte zomer was de voorraad zout, die door evaporatie van zeewater bekomen werd, vaak ontoereikend en heel wat vlees ging hierdoor verloren.

                                                                                                                                                    

                                                                                                                                                     4   

Het waren de Romeinen  die ontdekten dat vers vlees in grote hoeveelheden kon geleverd worden door vogels en dat de duif hiertoe het meest geschikt was.

Ze hadden waargenomen dat duiven, vooral de wilde van het type ‘rotsduif’, bijna steeds naar dezelfde plaats in groep terugkeerden om er te overnachten.

Door een verblijf te bouwen waarin de duiven het na enig verloop van tijd kennelijk naar hun  zin konden krijgen, slaagden de Romeinen er ook in de dieren enigszins tam te maken en tot hun  profijt te gebruiken.

Dit verblijf, columbarium geheten, en ook het duivenhouden zelf zijn door de auteurs Plinius de Oude, Varro en Columnella tot in detail beschreven geworden.

Op het kerkhof geldt ‘columbarium’ als aanduiding voor het geheel van de cellen waarin de asurnen bijgezet worden.  De benaming stoelt op de manier waarop de nestcellen in de oudst gekende duivenhokken uit de Romeinse tijd  opgesteld stonden.

                                                                                                                                                                      

Laten we de Oudheid verder ongemoeid  en bekijken we, wat de vleesproductie aangaat, de ons meer nabij gelegen periodes.                                                                                                                                                                                                                                                                                      

Tijdens het leenroerig stelsel en de hierop volgende eeuwen tot aan de Franse Revolutie (1789                                                                                                                                              belangrijk jaartal!), was zowel het houden van duiven als het bouwen van een duivenverblijf (duivenkeet, duiventoren, duivenhuis) principieel voorbehouden aan de gezaghebbende kringen, i.e. de adel in de ruimste zin van het woord, de kloosters en de abdijen.

Het was dus een ‘heerlijk recht’, maar om dit uit te oefenen diende men ‘in proprietyte ofte andersins te besitten ofte bedryven ten minste thien bunders landt’ en dat is, in actuele termen uitgedrukt, iets minder dan 12 ha land. Het Vlaams plakkaat van 31 augustus 1613 mildert die eis tot 3 bunders (ong. 3,5 ha).  Het verbiedt ‘noch duyven te houden, tensy die 3 bunderen winnende landt te vooren in  eyghendom hadde ofte in heuringhe’, dit op straf van boete of van afbraak van het duifhuis. Sommige steden en gemeenten beperkten het aantal toegelaten duiven naar gelang de oppervlakte van het landelijk bezit.   

Keukenrekeningen van de adel uit de 13-e tot de 15-e eeuw bewijzen dat, naast wild en de opbrengst uit ‘de vogelrie, de visserie ende de zwanerie’, duivenvlees zeer zelden ontbrak op het menu. 

Dergelijke ‘rijke tafel’ kostte daarenboven weinig of niets aan genoemde bevoorrechten. Het grootste gedeelte van het jaar waren de duiven immers op zichzelf aangewezen waar het op het zoeken van  voedsel aankwam en dat deden ze vooral op de pachtakkers. Alleen ‘s winters werden ze een weinig bijgevoederd en dan nog met granen die de pachters kosteloos dienden af te staan.

Die pachters konden geen verhaal uitoefenen of zich daadwerkelijk teweerstellen tegen het, op de door hen bewerkte akkers, ‘corenen’ door grote zwermen duiven die er regelmatig op neerstreken.

Een bevoorrechte kon aan een pachter toelating verlenen om eigen duiven te houden, evenwel op voorwaarde dat hij de helft van de kweek afstond en de dieren met eigen graan voederde.

Wijlen historicus prof.dr. H. Van Werveke vermeldt in een studie ter zake dat verordeningen zware straffen voorzagen voor hen die duiven van anderen vingen of doodden, zelfs veroordeling tot tien jaar verbanning. Het edict van 31 januari 1614 noemt hierbij als verboden wapens o.m. ‘donderbussen, escopetten, cleyne roerkens ofte pistoletten en andere vierstokers’.

Een plakkaat uit 1612 van de Raed van Vlaenderen handelt over de schade die door de  duiven berokkend werden aan ‘besaetheden ende sonderlinghe in het lynsaet’.

                                                                                                                                                    

                                                                                                                                                     5

In de late middeleeuwen tekende zich een evolutie af: het bezit van een duivenhuis was geen exclusief heerlijk recht meer maar wel een voorrecht van grote bedrijven. In diezelfde periode verbrokkelden vele grote domeinen en gingen de uithoeven die ertoe behoorden uitgroeien  tot zelfstandige pachthoeven waarvan er heel wat reeds een duifhuis hadden.  

Met de Franse Revolutie (1789 – ‘égalité’ enz.) werden al de tot dan geldende voorrechten van tafel geveegd en kon derhalve om het even wie duiven gaan houden.

Dit belette evenwel niet dat hierin soms bepaalde voorschriften dienden gerespecteerd te worden.  Zo viel in menig land het reisduivenhouden langdurig onder de militaire wet.

In dit verband herinner ik mij dat het Zwitsers leger aan dr.med. P. Brücker, die jarenlang algemeen secretaris is geweest van de Europese Entente van kleinveeliefhebbers, een mobiel duivenhok ter beschikking stelde waarin hij elk jaar voor genoemde opdrachtgever een contractueel overeengekomen aantal jonge reisduiven diende te fokken en voor de vlucht af te richten. Een ondankbare karwei want de in het hooggebergte huizende roofvogels waren er steeds op uit om een onschuldige duif uit de lucht te plukken en er een lekkere maaltijd aan over te houden.  

Tot slot een woordje over de moderne duivenvleesproductie.

Sedert vele decennia bestaan in de U.S.A. echte duivenfarms waar meerdere duizenden paren vleesduiven van het kingtype aangehouden worden die het jaar rond jongen voortbrengen, de zgn. squabs.

In deze technisch uitstekend uitgeruste en veelal volledig geautomatiseerde bedrijven gaat praktisch niets van de geslachte duivenjongen verloren en gaat elke afval naar een volgende productieafdeling over.  Zo wordt bv. ook de mest gedehydrateerd en verpakt op de markt gebracht.  De ingewanden worden verwerkt in honden- en kattenvoer

Vliegtuigmaatschappijen behoren tot de vaste afnemers van squabs.                                                                                                                                               

                                                                                                                                                   

 

                                

 

 

 


                                                                                                                                             

                                                                                                                                                   

 

                                

 

 

 

     

 
             

               

 
        

                         

                                                   
 

                                                      

f t

NOTITIE! Deze site maakt gebruik van cookies en vergelijkbare technologieën.

Als u de browserinstellingen niet wijzigt, gaat u ermee akkoord. Kom meer te weten Learn more

I understand

Cookies

Een cookie is een hoeveelheid data die een server naar de browser stuurt met de bedoeling dat deze opgeslagen wordt en bij een volgend bezoek weer naar de server teruggestuurd wordt. Zo kan de server de browser opnieuw herkennen en bijhouden wat de gebruiker, c.q. de webbrowser, in het verleden heeft gedaan. Een dergelijk historie is bijvoorbeeld voor marketingdoeleinden interessant. Vanwege de privacyaspecten is het gebruik van cookies, dat zich veelal aan het oog van de internetgebruiker onttrekt, in deze situaties omstreden. (bron Wikpedia)

Voor nog meer info: https://wijs.be/nl/trends-inzichten/blog/detail/cookies-wat-je-moet-wete...

Sponsers van onze club

Linken naar interesante sites